Home » Kostenleiderschap is te ruiken

Kostenleiderschap is te ruiken

:hkhoa Binnen het strategisch denken bestaat er een onderscheid tussen costleadership en qualityleadership. De vraag komt er éénvoudigweg op neer of je de beste wilt zijn of de goedkoopste. Dit weekeinde heb ik een overnachting gemaakt in een hotel dat duidelijk voor de kostenleiderschap variant had gekozen.

De aanbieding was ronduit geweldig: Een drie (op de schaal van vijf) sterren hotel in het centrum van Antwerpen tegen een (voor Hollandse begrippen) enorm lage prijs. De recencies op internet waren ook niet slecht, dus de beslissing was snel genomen.

Het hotel overtrof mijn stoutste verwachtingen. Ik wist dat ik niet de hoofdprijs betaalde, dus ik had mijn verwachtingspatroon al iets bijgesteld, maar wat ik hier aantrof, kon mijn ondernemersgeest niet meer voor werkelijk aannemen. Het is dat ik er zelf bij was en de knijptest mij ervan verzekerde dat ik niet droomde, anders had ik het niet geloofd.

Het gebouw dateerde naar mijn inschatting uit 1970 en moet voor die tijd een erg indrukwekkend luxe verblijfplaats geweest zijn. Helaas is er ook sinds die tijd nauwelijks meer iets aan verbeterd en of onderhouden, behoudens het schilderwerk, zodat de herkenbare “retro”stijl ervan af schitterde. Prachtige groene met roze pasteltinten inclusief de nodige vlekken prijkten van de muren, vloeren en plafonds. Het tapijt dat er net iets te lang heeft gelegen, ademde de herkenbare muffe geur van tapijt op een zodanige wijze dat het hele hotel hiervan vergeven was.

We nemen de lift en stappen uit op de 4e etage, waar een bordje “executive floor” de gang versiert. We denken nog dat we om wat voor reden dan ook gezwijnd hebben, want we hebben zeker niet voor “executive” betaald. Maar van die droom werden we verlost door de kamer zelf.

Als we de deur openmaken, komt ook hier de geur van (te) oude vloerbedekking ons tegemoet. Een korte verkenning bevestigt de gedachte, door het grote aantal ernstige donkerbruine vlekken in het tapijt. Het mocht overigens ook wel eens gestofzuigd worden, maar dat terzijde. De kamer was, denk ik, ooit wel  een executive kamer, getuige het extra bureau, keukenblok en de voor een hotelkamer grote afmetingen.

Het keukenblokje was niet schoongemaakt, er stond een aangebroken fles rode wijn, twee pakjes aangebroken toast en in het koelkastje prijkten nog een half pakje boursin en een fruitsalade die enigszins bol stond.  In het gootsteentje stond nog een longdrinkglas, waar iemand zijn sigarettenas in had afgetikt en er lag een gebruikt mes.

Na deze observaties werd ik nieuwsgierig, wat er nog meer te vinden zou zijn. Dus zette ik het onderzoek voort. Het badkamertje was wel schoongemaakt, maar niet grondig. Een vuil douchegordijn, smerige voegen in het tegelwerk en zwarte aanslag rond het sanitair en de kranen waren de stille getuigen van de vorige bewoners. De kamerdeur, die was beveiligd met een kettinkje waarvan de bevestigingspluggen los in de muur hingen, miste een scharnierpen en de lichtschakelaars waren eigenlijk te zwart om zonder handschoenen aan te pakken. De lampenkappen bleken goede verzamelaars van zwart stof en enkelen vertoonden daarbij artistieke scheuren. We vonden nog een theeblad, met een waterkoker, mokken, oploskoffie, thee, enkele haren en de reeds bekende zwarte randen, die de ervaring compleet maakte.

Tot slot inspecteerden we het bed, dat bleek gelukkig wel voorzien te zijn van schone lakens.

Het enquêteformulier hebben we maar niet meer ingevuld. Het was mij duidelijk met welke strategie ik hier te maken had en iedere aanbeveling die iets kost, wordt dan al snel “te duur” bevonden. Niet dat ik het allemaal begrijp, want gezien de locatie en de bezoekers van die omgeving, denk ik dat een kostenleiderschap strategie niet de meest aangewezen strategie is. Maargoed, dat valt als bezoeker vaak lastig te beoordelen, dus ik zou het mis kunnen hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *