Home » Middelmatigheid als norm

Middelmatigheid als norm

:hkhoa “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”, pleegde mijn moeder me te vertellen. En nog kom ik regelmatig mensen tegen die me piekfijn de norm kunnen uitleggen. “Zo werkt dat niet” zeggen ze dan. Hoe ziet die norm er eigenlijk uit en wat is de invloed ervan op (latere) beslissingen?

Never bite the hand that feeds you, is er ook zo één. Men bedoelt daarmee te zeggen dat je geen ruzie moet zoeken met degene die je salaris betaalt of  ’s ochtends je broodtrommeltje vult. Het geeft aan dat we worden opgevoed als brave burger. Iemand die betrouwbaar en zonder te veel vreemde uitspattingen dat doet wat hem opgedragen wordt.

We duiden puberaal gedrag als onvolwassen gedrag. Later als hij groter is zal hij het wel begrijpen. Maar wat moet hij dan begrijpen? Dat hij braaf en vooral netjes moet doen wat de gemeenschap van hem vraagt? Dat hij vooral niet moet uitblinken in wat voor talent dan ook?

Ja, we kweken brave burgers omdat die noodzakelijk zijn voor de maatschappij (het systeem) om te kunnen blijven functioneren. Van jongst af aan wordt erin geprent dat je niet als uitslover, opschepper of arrogant mag overkomen. Ook betweterigheid, nieuwsgierigheid en zelfs te goede resultaten op de lagere en middelbare school zijn iets om je voor te schamen. “Hij past niet zo goed in de groep” of  “hij heeft aanpassingsproblemen” wordt er dan gezegd.

Middelmatigheid is nuttig, nuttig voor het systeem waarin we moeten functioneren. Of je het nu wilt of niet, dat systeem is daar en daar zullen we het mee moeten doen. Het kan wel veranderen, maar niet alleen door het doen en laten van een individu, daar is meer voor nodig.

Vanwege die nuttigheid doceren we dus onze medemensen middelmatigheid, want dat is goed voor ons allemaal. Het is kuddegedrag, zoals dat ook in een beetje ontwikkelde mierenhoop voorkomt. Je hebt één koningin en een heleboel werksters. En op basis van die verdeling lijkt het meest voor de hand liggende dat je wordt opgevoed als werkster.

Het vreemde in dit verhaal is dat juist nu de zelfontplooiing hoogtij viert. Hele horden met therapeuten roepen dat je het vooral bij jezelf moet zoeken en dat je je hart moet volgen. Je moet je individuele kwaliteiten ontwikkelen, het liefst aan de hand van een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Maar wat nu als je juist goed bent in middelmatigheid, niet opvallen en gewoon je werk doen? Heb je dan een probleem of ben je juist heel erg nuttig?

De aangepaste mens functioneert prima. Hij doet zijn werk, voed kinderen op en levert zijn eigen persoonlijke bijdrage aan het algemeen nut. Daar is weinig mis mee. Het wordt alleen een probleem als iemand zijn middelmatigheid ontstijgt op een zeker vlak. Hij krijgt dan te maken met een grote hoeveelheid predikers die hem piekfijn kunnen vertellen waar het aan schort. Iedere ondernemer met een beetje afwijkend ondernemingsidee zal dat kunnen bevestigen.

Juist dan komt het aan op het geloof in eigen kunnen, dat is namelijk het enige houvast waaraan een stuk doorzettingsvermogen ontleend kan worden. Wie de middelmatigheid wil ontstijgen zal tegen de stroom in moeten zwemmen.

Voor managers en bestuurders betekent dit dat de medewerker die altijd braaf zijn werk doet, weinig last bezorgt, maar ook weinig creatief en innovatief te werk zal gaan. Daar moet u dan ook niet over klagen, want het is de soort mens die u wenst. Indien u andere mensen wenst, die niet alleen maar doen wat de procedure voorschrijft en ook zelf initiatieven ontplooien, zult u daarop moeten selecteren en vervolgens zorgen dat u de ruimte en beloning biedt voor ontwikkeling. Dat is dus niet sturen op middelmatigheid, maar op excellentie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *