Home » Armoedig (markt)denken

Armoedig (markt)denken

:money De inkt op het overnamecontract van ABN-AMRO is nauwelijks droog, of er komt uit de hoek van VNO-NCW alweer een noodkreet over het vestigingsklimaat voor ondernemingen in Nederland. Dit gaat met name over de beloningen van topbestuurders, waar volgens de werkgeversorganisatie een overheid en daarmee de mensen die zij vertegenwoordigt, zich vooral niet mee moet bemoeien.

Waar de werkgevers zich in het overnamedebat beroepen op mondiaal denken en dit debat wegzetten als patriottistisch sentiment, beroepen dezelfde partijen zich op eenzelfde nationaal sentiment als het gaat om de beloning voor topbestuurders. Het verschil zou zich bevinden in de plaatsing van het hoofdkantoor van de
ondernemingen. Het aantrekken van toptalent zou te moeilijk worden, waardoor de hoofdkantoren zich moeten verplaatsen. Dat heeft natuurlijk niets te maken met het eigendom, want dat is een globale markt. Kennelijk zien deze mensen een verschil tussen de markt voor ondernemingen en de markt voor topbestuurders.

Natuurlijk wordt de politieke kleur ook aangehaald, alsof behoorlijk bestuur alleen vertegenwoordigd kan worden door socialisten. Hoe de marktdenkers zichzelf hier te kijk zetten hebben ze zelf niet eens in de gaten. Het is zo’n vreselijk logisch gevolg van het fenomeen “follow the money”, dat het niet eens bij de mensen opkomt dat er bij verschillende issues dezelfde argumenten worden gebruikt om een ander doel na te streven. Het uiteindelijke doel is een marktsysteem waarin geen overheid meer voorkomt, dat mag duidelijk zijn. In zo’n systeem kunnen de hoofdrolspelers zelf bepalen wat goed is en wie voor hen waardevol is, de rest blijft achter en kijkt ernaar. “De markt heeft het zo gewild”, wordt er dan gezegd, alsof de markt de allesomvattende alleenheerschappij zou moeten vertegenwoordigen.

Wat deze denkers vergeten is dat er een einde is aan het éénheidsdenken. Dit systeem, dat door deze mensen tot op de draad wordt verdedigd, kent een zelfvernietigend karakter. De gevolgen daarvan zijn al zichtbaar, maar kunnen tot op heden met veel kracht nog steeds worden onderdrukt. Die onderdrukking bestaat hieruit, dat tegengestelde geluiden stelselmatig niet worden gehoord. De geloofwaardigheid van die personen wordt direct onderuitgehaald, ofwel door het gebrek aan status of positie ofwel door de personen te verbinden met eigenbelang. Beide fenomenen zijn een direct gevolg van het heersende marktsysteem waarin alleen hooggeplaatste elite het voor het zeggen heeft, zonder daarbij een eigenbelang te vertegenwoordigen. Welnu, het marktsysteem heeft een eigenbelang en dat is zichzelf in stand houden, wat de prijs daarvoor ook mag zijn.

Wie gelooft dat dit goed is voor de hele economie, inclusief alle hongerlijdende bevolkingsgroepen elders op de wereld, doet eraan mee. Wie inziet dat ons marktsysteem vooral ons dient en niet de achtergestelden, durft eraan te twijfelen. Wie gelooft dat ons land is gebaat bij een mondiale markt, gelooft dat wij sterk
genoeg zijn om de mondiale marktkrachten te kunnen overwinnen. Wie gelooft dat nationale grenzen van belang zijn, gelooft dat de bedreigingen groter zijn dan de kansen. Wie gelooft dat de beste ideeën voor besturing alleen uit de top kunnen komen, gelooft in managementmodellen. Wie gelooft dat de mensen uiteindelijk de organisatie maken, gelooft in sociale verbanden.

Éénheidsdenken is armoedig denken. Het beperkt zichzelf tot het nastreven van dat wat bekend is en ondermijnt iedere vorm van vernieuwing. De managementliteratuur van de afgelopen tijd heeft, hoewel er uitzonderingen zijn, zich vooral bediend van dit éénheidsdenken. Efficiency modellen, marktsystemen, marketing tools, vormgeving en communicatie voeren de lijst aan. De zogenaamde best practices worden keer op keer herhaald, en bij gebleken falen extra kracht bijgezet omdat het niet zo kan zijn dat de best practice niet deugt. Het gevolg is een opeenstapeling van meer van hetzelfde, waardoor we nu bijvoorbeeld een discussie voeren over een “marktmeester” en vreselijk bang zijn voor “andere” invloeden en manieren van denken zoals bijvoorbeeld de Islam. Niet voor niets roepen er velen dat “ze zich moeten aanpassen”.

Corporate identity, wordt een steeds belangrijker issue. Dat gaat over wie je bent als bedrijf en wat je vertegenwoordigt. Dat gaat niet meer alleen over producten, maar impliceert ook de armoede die je indirect veroorzaakt door zelf flink te consumeren met bijvoorbeeld de beloning van je bestuurders en aandeelhouders. Hetzelfde geldt voor de afval die je produceert, het welzijn van werknemers, de grondstoffen die je verbruikt en het sociale klimaat dat je maakt vanwege het zakelijke belang.

In deze tijd van informatisering, wordt die informatie sneller zichtbaar en zijn de mensen in staat om zich op nieuwe manieren te informeren over bedrijven. Wat vroeger onzichtbaar bleef, is nu door een publicatie op een weblog ineens wereldnieuws. Dat is een compleet nieuwe machtspositie, de positie van de mensen, die de producten zouden moeten willen consumeren, als het tenminste van een “goed” bedrijf komt.

Zolang er nog mensen zijn die omkomen van de honger, gaat de stelling dat ruim 20 miljoen voor Rijkman Groenink redelijk is omdat de markt het zo heeft gewild, er bij mij echt niet in. Het is maar hoe mondiaal je het bekijkt.

Gelukkig zal de markt dit probleem oplossen, want tegenwoordig moet je naast een goede balans ook een goed verhaal hebben en niet alleen omdat de aandeelhouders dat willen. De mensen en daarmee bedrijven die te veel sturen op het eigen belang, komen automatisch in de knel met het “goede” verhaal. Hun resultaten zullen afnemen, omdat het verhaal door de omgeving niet wordt gewaardeerd en de aandeelhouders laten ze in de steek omdat de resultaten achterblijven.

Natuurlijke selectie is en blijft ijzersterk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *