Home » Burgerlijke ongehoorzaamheid

Burgerlijke ongehoorzaamheid

:sman De verontwaardiging is niet mis. Het is zelfs doorgedrongen tot de politiek. Onze hulpverleners worden door de bevolking niet juist behandeld. Vooral bij evenementen, zoals het oudejaarsfeest, maar ook bij het voetballen, krijgen de hulpverleners het zwaar te verduren. Daarbij veroorzaken de raddraaiers ook nog eens veel schade door vernielingen, waardoor ook vanuit het kostenperspectief de harde aanpak geoorloofd wordt.

Driftig wordt er nagedacht hoe we dit soort ongeregeldheden kunnen oplossen. Cameratoezicht, pasjes en “no go” areas’s passeren de revue. Toch heeft iedereen wel het idee dat die systemen niet veel verschil zullen maken, want het is erg arbeidsintensief en per definitie onvolledig. Beter is het om te zorgen voor een gedragsverandering bij de bevolking, zodat al die systemen niet nodig zijn, maar hoe doe je dat?

Als de bevolking op straat wordt geïnterviewd met de vraag of men vindt dat er iets aan geweld en vernielingen gedaan moet worden, zal iedereen positief antwoorden. Je kan immers niet voor geweld en vernielingen zijn, toch? Dat is daardoor een vorm van suggestieve vraagstelling die geen objectief beeld oplevert van de situatie. Iemand die op basis van die gegevens concludeert dat “het volk” vraagt om een harde aanpak, zit er goed naast. Als dezelfde interviewer zou vragen of je het okee vindt als je voortaan alleen met een sticker voor goed gedrag met oudejaar de straat op mag, denken de meesten daar al heel anders over.

Het klinkt misschien gechargeerd, maar dit is wel de situatie die we met z’n allen zo in de hand werken. Het ongewenste gedrag van een aantal mensen laat zich niet zo gemakkelijk afremmen. We weten al lang dat het invoeren van cameratoezicht alleen werkt op de plaats waar de camera hangt en dat het invoeren van pasjes, die kunnen worden afgenomen bij slecht gedrag, om enorm veel handhaving vraagt.

Maar het is zo prettig spreken over mensen die het niet goed doen, al was het alleen maar om te benadrukken hoe goed we het zelf wel niet doen. Dat is één van de belangrijkste beweegredenen voor mensen om te praten over vernielingen en onheuse behandeling van hulpverleners. Ze weten dat ze er niet veel aan kunnen doen, maar beloven het wel, om aan te geven hoe goed ze het met ons voor hebben. Het gevolg is dat we met z’n allen opgezadeld worden met regels en toezicht, die steeds meer op een politiestaat gaan lijken. Ondertussen worden het geweld en de vernielingen naar waarschijnlijkheid door de verharding groter, zodat het weer vraagt om een hardere aanpak. Dat is de prijs die we betalen voor mooipraterij van mensen die denken het éénzijdig te kunnen oplossen.

Is er dan niets te doen aan geweld en vernielingen? Jawel, we zouden het niet alleen moeten laten afhangen van de overheid. Het buiten onszelf plaatsen van de verantwoordelijkheid voor goed gedrag is één van de belangrijkste oorzaken voor het wegebben van sociale controle. Waar vroeger de buurman naar buiten kwam als je iets deed wat niet door de beugel kon, wordt nu de politie gebeld. Het verschil is essentieel voor de verharding van de maatschappij die we nu kunnen waarnemen. Bijna alles is geoorloofd als de toezichthouder er om wat voor reden dan ook niet is. Die toezichthouder kunnen we ook zelf zijn, dan zijn we er tenminste altijd bij. Het scheelt een hoop ellende en kost nog weinig ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *