Home » nietzsche

Tag: nietzsche

Voorbij goed en kwaad

Voorbij goed en kwaadNietzsche doet in Voorbij goed en kwaad (1886) meer dan ooit een poging tot een systematische behandeling van thema’s waarop al eerder, ook in het voorafgaande lyrische Aldus sprak Zarathoestra, werd gezinspeeld. In dit ‘gevaarlijke boek’ worden het kennend subject en de vrije wil als ficties ontzenuwd. Nietzsche legt springstof onder de heersende metafysica, en begrippen als objectiviteit, verantwoordelijkheid en historisch besef worden rigoureus tot hun oorsprong als ‘wil tot macht’ herleid.
Nietzsche maakt ‘een studie van de doorsneemens’ (par. 26) en analyseert de banaliteit (par. 268) om er zich als voorname geest en ‘goede Europeaan’ van te distantiëren. In dit kader introduceert hij het fundamentele onderscheid tussen herenmoraal, met het begrippenpaar ‘goed en slecht’ als expressie van de aristocratische geest, en slavenmoraal als bron van het begrippenpaar ‘goed en kwaad’. Dat hij zich realiseerde dat zijn filosofische opstelling in een isolement voerde, blijkt uit de beroemde Nazang ‘Uit hoge bergen’. Nietzsche besefte dat zijn filosofie pas in de toekomst – rond 2ooo – op instemmnende lezers kon rekenen.

De antichrist

De antichristDe antichrist behoort tot de geschriften die in 1888, in Nietzsches allerlaatste productieve periode, tot stand komen. Furieuzer aanklacht tegen zijn tijdgenoten heeft hij niet geschreven. Aan de hand van een koelbloedige ontleding van de fundamenten waarop het christendom en het instituut Kerk berusten, wordt de decadentie van de moderne, Europese cultuur aangetoond. Nietzsche, telg uit een domineesgeslacht (aan vaders- en moederskant), stelt het christelijk geloof aansprakelijk voor de ondergang van de antieke wereld en voor de decadentie in het algemeen, gefundeerd als het is op ressentiment, leugenachtigheid, tegennatuurlijkheid en verachting van de seksualiteit. Met de afronding in september 1888 van De antichrist, het eerste (en enige) boek van zijn voorgenomen project ‘herwaardering van alle waarden’, brak Nietzsche naar zijn zeggen de geschiedenis in tweeën – voor hem, na hem – en begon een nieuwe tijdrekening, met 1888 als jaar één. Desondanks heeft het boek, onder meer door die paar bijna tedere zinsneden over de oorspronkelijke christelijke praktijk’, vele lezers juist in hun geloof gesterkt.

Afgodenschemering

AfgodenschemeringAfgodenschemering (1888) is de definitieve afrekening van de beeldenstormer Nietzsche met de afgoden van zijn tijd. In krachtige sententies hamert hij dubieuze ideologieën (christendom, feminisme, socialisme), kwalijke denkbeelden (nationalisme, antisemitisme) en twijfelachtige reputaties (Wagner, Socrates) af. Nietzsches ambitie in een tiental zinnen te zeggen wat ieder ander in een boek zegt – wat ieder ander in een boek niet zegt…’ resulteert in briljante passages als ‘Hoe de ware wereld ten slotte tot fabel werd’, waarin het bestaan van een ideeënwereld achter deze werkelijkheid als bedrog wordt ontmaskerd. Overeind blijft slechts een aantal grote geestverwanten: Dostojevski, Stendhal, Goethe, Thucydides en Machiavelli, die net als hij de strenge, harde feitelijkheid van het leven recht in het gezicht durven te kijken. Kernachtiger dan in Afgodenschemering heeft hij zijn voor- en afkeuren, zijn dionysische levensfilosofie en zijn missie, de omverwerping van het bestaande decadente wereldbeeld, nergens geformuleerd.

Ecce homo

Ecce homoWeergaloos zelfportret van de filosoof die verwachtte pas ‘postuum geboren’ te worden. Ecce homo, in 1888 vlak voor zijn geestelijke instorting voltooid, werd pas acht jaar na zijn dood (1908) voor het eerst uitgegeven, en ook nog ernstig onttakeld door Nietzsches op eigenroem bedachte zus. Nog steeds brengt de vraag hoe serieus deze met superieure ironie geschreven autobiografie moet worden genomen de grote geesten in beroering. Bij wijlen tot schaterlachen verleidend, bij wijlen tot gniffelen, vaak ook ongebreideld zelfingenomen en ronduit dreigend van toon, sleept Nietzsche de lezer mee door de dalen en pieken van zijn noodlotsgedreven, onvervangbare en schitterende bestaan in Turijn, Bazel, Bayreuth en Rome.‘Waarom ik zulke goed boeken schrijf’, ‘Waarom ik zo slim ben’ en nog veel meer hoofdstukken dagen de lezer uit de vraag te beantwoorden of Nietzsche de hoogste graad van sarcasme had bereikt of op het randje van de waanzin balanceerde toen hij voldaan terugblikkend zijn leven en werk onder de loep nam. Ecce homo is een van de merkwaardigste autobiografieën aller tijden.