Home » weick

Tag: weick

Making sense of the organization

Making sense of the organizationDit boek brengt de bekendste en de invloedrijkste artikelen op het gebied van “sensemaking” (betekenisgeving) samen, door één van haar voornaamste exponenten, Karl Weick. Weick onderzoekt het proces hoe organisaties ontdekken dat zij belangrijke beslissingen moeten nemen. Dikwijls hebben organisaties besprekingen om te zien wat zij denken, of handelen om te zien wat zij willen – voordat zij er zelfs bewust van zijn dat er een beslissing gemaakt moet worden. De doeltreffende organisatie begrijpt dit proces van “sensemaking” en leert het met wijsheid te leiden. Hoe mensen dat doen, wordt in verschillende hoofdstukken van dit boek aan de hand van praktijk onderzoek gedemonstreerd. Deze belangrijke verzameling verzorgt een waardevolle toevoeging aan de internationale literatuur op het vakgebied van de organisatie theorie en zal door studenten en onderzoekers gewaardeerd worden.

Sensemaking in organizations

Karl Weick, auteur van ‘The Social Psychology of Organizing’, is een der origineelste denkers in de organisatietheorie. ‘Sensemaking in Organizations’ is een toegankelijker (maar niet eenvoudig) vervolg op zijn eerste boek. Weicks ideeën staan nogal eens loodrecht tegenover de overheersende ideeën, maar zijn daarmee niet minder juist. Zo stelt hij in zijn onderzoek niet de structuur van de organisatie, maar de handelende mensen centraal. Zij creëren door hun handelingen betekenis aan de werkelijkheid, wat tot uitdrukking wordt gebracht met de term ‘sensemaking’. Deze term staat in schril contrast met de term besluitvorming. Immers: deze laatste term impliceert dat er bepaalde problemen, danwel vragen zijn op te lossen. Weick daarentegen definieert het kernprobleem van organiseren als het stellen van de juiste vragen en het bepalen welke vragen ertoe doen. Dit leidt tot een fundamenteel andere organisatietheorie dan we gewend zijn. Weicks belangrijkste bijdrage is dat organisaties zich veel meer moeten bezighouden met processen, in plaats van structuren. In dit boek wordt die boodschap, zoals uiteengezet in ‘The Social Psychology of Organizing’, verder uitgewerkt.

The social psychology of organizing (1969 – 1979)

The social psychology of organizingEr bestaat geen objectief waarneembare werkelijkheid en een theorie over organiseren dient met dit gegeven rekening te houden. Organiseren is een proces waarbij mensen door middel van een wederzijds bevestigende grammatica dubbelzinnigheid reduceren door middel van een koppeling van elkaars gedrag. Organiseren is daarmee een sociaal proces van beïnvloeden en beïnvloed worden. Tijdens dit proces scheppen mensen door middel van zinvolle gedragskoppelingen langzamerhand een werkelijkheid. Dit gebeurt in een vier (door elkaar lopende) fasen. Ecologische veranderingen vormen een bron van de ‘enactable’ omgeving, het ruwe materiaal van ervaring door individuen. Uit de schier oneindige hoeveelheid variaties die optreden door ecologische veranderingen, worden sommige wel en sommige niet opgepikt door de leden van de organisatie. Dit proces, waarbij bepaalde veranderingen afgezonderd worden van de rest wordt ‘enactment’ genoemd. Enactment leidt als het ware tot een verbondenheid van een individu of groep mensen met de omgeving. De ‘enacted’ omgeving kan altijd op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Het interpretatieschema dat uiteindelijk (onbewust) wordt gebruikt leidt tot een selectie van de ‘enacted’ omgeving. Vervolgens worden de resultaten van de selectie opgeslagen in het geheugen, wat aangeduid wordt met de term retentie. Dit leidt tot een verdere vermindering van de dubbelzinnigheid, omdat aansluiting wordt gezocht bij de zogenaamde causale kaarten. Aangezien het organiseren plaatsvindt vanuit het perspectief van de leden van de organisatie en de werkelijkheid (zo die er is) het resultaat is van een interpretatieproces, waarbij dubbelzinnigheden worden gereduceerd, is het onmogelijk algemeen geldende uitspraken te doen over organisaties. Organisaties bestaan bij de gratie van de mensen door wie zij gevormd worden. En om die reden wordt gesproken van de sociale psychologie van het organiseren.

Karl E. Weick

Karl E. Weick is werkzaam als professor Gedrag in Organisaties en Psychologie aan de Rensis Likert Distinguished University en professor in de Psychologie aan de universiteit van Michigan. Na het behalen van zijn doctoraat in 1962 aan de Ohio State University, volgt in 1969 een onopvallend boekje ‘The social psychology of organizing’ dat in de decennia erna uitgroeit tot een beroemd boek in de organisatiepsychologie.

Met de komst van de uitgebreide tweede editie van 1979 verwierf Karl Weick zich een vaste plaats onder de managementdenkers. Zo zien Peters en Waterman (1982: 89-118) hem bijvoorbeeld als een theoreticus die met ambiguïteit en paradoxen weet om te gaan. Weicks procesbenadering van organiseren bood een alternatief voor de overheersende structuurbenaderingen van organisaties.
Het denken van Weick betreft processen van organiseren en is daarom niet specifiek voor bepaalde organisaties. Zijn eigen voorbeelden variëren van jazzorkesten tot vliegtuigongelukken, en hebben slechts gemeen dat mensen met elkaar organiseren. Op voorhand is er dus geen reden waarom zijn denken beter op het bedrijfsleven dan op de overheid van toepassing zou zijn.

In Nederland werd het werk van Weick vooral bekend via het werk van een groep onderzoekers rond de sociaal-psycholoog H.J. van Dongen, werkzaam aan de (inter)faculteit bedrijfskunde te Delft, later te Rotterdam. Van Dongen droeg zijn interpretatie van Weick vooral over via zijn promovendi, met name W. de Laat en A.J.J.A. Maas. Ook had Van Dongen belangrijke invloed op het denken van Nederlandse organisatieadviseurs via SIOO en als kerndocent van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, de NSOB.
In het werk van Van Dongen en de zijnen worden belangrijke thema’s en begrippen uit het werk van Weick overgenomen. Zo deelt men Weicks procesmatige denken, waarin processen logisch aan structuren vooraf gaan en waarin menselijke interactie de basis is voor organiseren. Maar het denken van de groep rond Van Dongen is radicaler dan dat van Weick en krijgt tevens een ethische kleur. Organiseren onderscheidt zich wezenlijk van organisatie als structuur omdat organiseren gefundeerd is in de menselijke interactie die voor Van Dongen en de zijnen een ethische kwaliteit heeft. Waar mensen werkelijkheden veronderstellen die buiten de menselijke interactie om bestaan, maken zij zich ‘schuldig’ aan ‘reïficatie’.
Zo loopt het procesdenken uit Delft en Rotterdam uit op een strategie voor interventie in organisatieprocessen. Het gaat erom, geblokkeerde situaties te deblokkeren door de communicatie (de ‘dubbele interacts’) te herstellen en andere (‘derde’) mogelijkheden zichtbaar te maken. Reïficaties dienen ontstold te worden waardoor de doorlopende interactie weer een kans krijgt.