Home » Boekenplank » Morris Tabaksblat » De regels en het spel

De regels van het spelGesprekken met Morris Tabaksblat, door Pieter Couwenbergh en Hein Haenen, Business Contact

Los van twee foutjes in de titel (daar had natuurlijk moeten staan: Mijn regels en mijn spel) is dit lange lange interview door journalisten van het Financiële Dagblad een prachtig boek geworden. Goed geschreven en fraai uitgegeven, alles zonder overbodige fratsen. Echt gedegen Rijnlands vakwerk. Eigenlijk ontbreekt alleen een hoofdredactioneel commentaar. En dat had misschien wel gemoeten. Bij deze dan maar.

Een recensie door Harold Janssen

Dit boek kun je bijna niet zonder bewondering lezen. Het omslag, de stijl, de inhoud. Ook de hoofdpersoon zelf is natuurlijk een man van kaliber. Bewondering voor diens consistente denklijn is ook zeker niet misplaatst. Het gevaar is dat je je gaat vereenzelvigen met die denklijn. Houd echter bij het lezen in ogenschouw dat de opvattingen van Morris Tabaksblat vooral pragmatisch zijn. Niet principieel. En zeker ook niet doordacht in al zijn consequenties.

Tabaksblat noch beide auteurs steken onder stoelen of banken dat de voormalige topman en voorzitter van een commissie alsmede een code die zijn naam draagt, een rechtgeaarde Angelsaks is. De wereld wordt nu eenmaal steeds Angelsaksischer en als je mee wilt spelen moet je dat volgens die regels doen. En dan moet je niet zeuren over Rijnlands. Tabaksblat laat zich daar met een zekere dedain over uit. Das war einmahl. Een gedwongen verblijf in Theresienstadt en een mislukte baan in Duitsland, zullen wellicht daartoe hebben bijgedragen – hoewel het boek zo diep niet ingaat op de persoon.

Toch zijn er tussen de regels door wel wat opmerkingen te maken over de persoon. Zoals bekend heeft Tabaksblatt weinig op met, wat hij noemt, managementkapitalisme. Hoewel talent aan de top best een boel geld mag kosten, moet daar goed toezicht op zijn. Good governance dus. Van bovenaf. Dat dat ook van onderaf zou kunnen, is voor de geïnterviewde niet echt een optie. Medewerkers hebben vooral een baan. Dat ze wellicht ook passie hebben voor hun vak en misschien wel voor het bedrijf waarvoor ze werken, is vooral mooi meegenomen. Maar dat daar nou een bron voor ethisch handelen zou schuilen, nee.

Zonder nu op deze plaats met hem in discussie te gaan – dat zou ook helemaal niet kunnen – moeten we ons wel realiseren dat we hebben goedgevonden dat deze man een enorme stempel drukt op het zich in dit polderlandje ontwikkelende normen- en waardenbesef in relatie tot de globalisering en daarmee de verangelsaksing van de wereld. Juist een verklaard Angelsaks daarvoor vragen, is op z’n minst dubieus. Hoezeer deze man onze bewondering ook waard is, hier klopt iets niet. Hier zijn onder de noemer van het pragmatisme onze traditionele normen en waarden bij voorbaat bij het grof vuil gezet. Zonder dat daar een grondige, maatschappijbrede discussie is geweest – juist onder aanvoering van een partij die het voortdurend zegt te willen hebben over normen en waarden.

Dit boek smaakt naar meer. Naar meer diepgang, vooral. Wie is de echte Morris Tabaksblat? Hoewel beide journalisten hem veel verder hebben gekregen dan de old boy had willen gaan, hebben wij recht op meer. Wij willen alles. Tot de laatste sigaar. Lekker Angelsaksisch…