Home » betekenisgeving

Tag: betekenisgeving

Making sense of the organization

Making sense of the organizationDit boek brengt de bekendste en de invloedrijkste artikelen op het gebied van “sensemaking” (betekenisgeving) samen, door één van haar voornaamste exponenten, Karl Weick. Weick onderzoekt het proces hoe organisaties ontdekken dat zij belangrijke beslissingen moeten nemen. Dikwijls hebben organisaties besprekingen om te zien wat zij denken, of handelen om te zien wat zij willen – voordat zij er zelfs bewust van zijn dat er een beslissing gemaakt moet worden. De doeltreffende organisatie begrijpt dit proces van “sensemaking” en leert het met wijsheid te leiden. Hoe mensen dat doen, wordt in verschillende hoofdstukken van dit boek aan de hand van praktijk onderzoek gedemonstreerd. Deze belangrijke verzameling verzorgt een waardevolle toevoeging aan de internationale literatuur op het vakgebied van de organisatie theorie en zal door studenten en onderzoekers gewaardeerd worden.

Karl E. Weick

Karl E. Weick is werkzaam als professor Gedrag in Organisaties en Psychologie aan de Rensis Likert Distinguished University en professor in de Psychologie aan de universiteit van Michigan. Na het behalen van zijn doctoraat in 1962 aan de Ohio State University, volgt in 1969 een onopvallend boekje ‘The social psychology of organizing’ dat in de decennia erna uitgroeit tot een beroemd boek in de organisatiepsychologie.

Met de komst van de uitgebreide tweede editie van 1979 verwierf Karl Weick zich een vaste plaats onder de managementdenkers. Zo zien Peters en Waterman (1982: 89-118) hem bijvoorbeeld als een theoreticus die met ambiguïteit en paradoxen weet om te gaan. Weicks procesbenadering van organiseren bood een alternatief voor de overheersende structuurbenaderingen van organisaties.
Het denken van Weick betreft processen van organiseren en is daarom niet specifiek voor bepaalde organisaties. Zijn eigen voorbeelden variëren van jazzorkesten tot vliegtuigongelukken, en hebben slechts gemeen dat mensen met elkaar organiseren. Op voorhand is er dus geen reden waarom zijn denken beter op het bedrijfsleven dan op de overheid van toepassing zou zijn.

In Nederland werd het werk van Weick vooral bekend via het werk van een groep onderzoekers rond de sociaal-psycholoog H.J. van Dongen, werkzaam aan de (inter)faculteit bedrijfskunde te Delft, later te Rotterdam. Van Dongen droeg zijn interpretatie van Weick vooral over via zijn promovendi, met name W. de Laat en A.J.J.A. Maas. Ook had Van Dongen belangrijke invloed op het denken van Nederlandse organisatieadviseurs via SIOO en als kerndocent van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, de NSOB.
In het werk van Van Dongen en de zijnen worden belangrijke thema’s en begrippen uit het werk van Weick overgenomen. Zo deelt men Weicks procesmatige denken, waarin processen logisch aan structuren vooraf gaan en waarin menselijke interactie de basis is voor organiseren. Maar het denken van de groep rond Van Dongen is radicaler dan dat van Weick en krijgt tevens een ethische kleur. Organiseren onderscheidt zich wezenlijk van organisatie als structuur omdat organiseren gefundeerd is in de menselijke interactie die voor Van Dongen en de zijnen een ethische kwaliteit heeft. Waar mensen werkelijkheden veronderstellen die buiten de menselijke interactie om bestaan, maken zij zich ‘schuldig’ aan ‘reïficatie’.
Zo loopt het procesdenken uit Delft en Rotterdam uit op een strategie voor interventie in organisatieprocessen. Het gaat erom, geblokkeerde situaties te deblokkeren door de communicatie (de ‘dubbele interacts’) te herstellen en andere (‘derde’) mogelijkheden zichtbaar te maken. Reïficaties dienen ontstold te worden waardoor de doorlopende interactie weer een kans krijgt.